Hoe ziet de Belastingdienst jouw beleggingen?
Al jouw geld dat in aandelen, obligaties of effecten zit, behoort volgens de regels van de Belastingdienst tot je vermogen. Onder dat vermogen vallen ook spaargeld en andere banktegoeden, onroerend goed en beleggingen in bijvoorbeeld cryptovaluta, grondstoffen en overige bezittingen.
Je totale vermogen moet je bij de jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting opgeven in belastingbox 3. Mogelijk moet je over een deel van dat vermogen belasting betalen. Dit wordt vermogensbelasting, spaartax of vermogensrendementsheffing genoemd.
Grondslag sparen en beleggen
Je betaalt belasting over de opgetelde waarde van jouw vermogen (plus eventueel dat van je fiscale partner) op 1 januari van het jaar waarover je de aangifte doet. Tenminste, als je boven het heffingsvrije vermogen uitkomt. Je totale vermogen minus deze vrijstelling (waarover zo meer) noemt de fiscus de grondslag sparen en beleggen.
Heffingsvrij vermogen belasting in 2026
Het heffingsvrije vermogen is het deel van je vermogen waarover je géén belasting hoeft te betalen. Dit is in 2026 een bedrag van 59.357 euro (57.684 in 2025). Heb je een fiscaal partner? Dan ligt jullie gezamenlijke drempel op 118.714 euro (115.368 in 2025).
Is het totale bedrag van jouw vermogen – en eventueel dat van jou en je fiscale partner – opgeteld lager dan het heffingsvrije vermogen? Dan is dit vrijgesteld van box 3-belasting. In dat geval betaal je dus geen vermogensbelasting over je beleggingen.
Minderjarige kinderen hoeven niet zelfstandig belasting af te dragen over hun vermogen in box 3. De waarde van hun vermogen tel je op bij dat van hun ouder of ouders.
Wat gebeurt er als je boven het heffingsvrije vermogen uitkomt?
Kom je boven het heffingsvrije vermogen uit? Dan krijg je vanaf de aangifte over 2025 automatisch de vraag of je ook je werkelijke rendement wilt doorgeven.
Kies je daarvoor, dan rekent de Belastingdienst je belasting op twee manieren door:
- op basis van het forfaitaire (fictieve) rendement
- op basis van het werkelijke rendement
Vervolgens wordt automatisch de gunstigste uitkomst toegepast. Over het deel boven het heffingsvrije vermogen betaal je 36 procent belasting.
Forfaitair rendement
De fiscus rekent met vaste tarieven in 3 categorieën: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Je betaalt dus verschillende percentages. Per categorie bepaalt de Belastingdienst jaarlijks een forfaitair (fictief) rendementspercentage. Bij banktegoeden geldt een percentage van 1,28 procent, beleggingen en overige bezittingen 6 procent en voor schulden geldt een fictief rendement van 2,70 procent.
Werkelijk rendement per soort vermogen
Je vult per vermogenscategorie je echte opbrengsten in, zoals: ontvangen rente (spaargeld), dividend en koersresultaten (beleggingen) en huurinkomsten (vastgoed).
En ook relevante kosten, zoals:
- financieringskosten (bijvoorbeeld rente op lening voor belegging)
- beheerkosten (beperkt aftrekbaar, afhankelijk van regels)
Je moet je rendement goed kunnen onderbouwen met bijvoorbeeld bankafschriften en jaaroverzichten.
Tegenbewijsregeling werkelijk rendement
Via de tegenbewijsregeling kun je alsnog geld terugkrijgen over de afgelopen jaren. Je toont dan je werkelijke rendement aan. Is dat lager dan het fictieve rendement? Dan volgt een teruggave. Hoger uitkomen kan nooit nadelig zijn.
Zo werkt het
- Let op! Je krijgt per jaar eerst een brief van de Belastingdienst; pas daarna kun je indienen.
- Je gebruikt het formulier Opgaaf werkelijk rendement (OWR).
- Indienen binnen 12 weken (dienstverleners: 24).
- Je vult je echte opbrengsten in: rente, dividend, huur, koerswinst.
- De Belastingdienst kiest bij fiscale partners automatisch de gunstigste uitkomst.
Wie komt in aanmerking?
Iedereen met box-3-vermogen in de periode 2021-2024.
Voor 2017–2020 gelden extra voorwaarden, zoals een nog niet definitieve aanslag op 24 december 2021 en tijdig bezwaar of verzoek om vermindering.
Toekomstige vermogensbelasting
Het kabinet is ook bezig met een compleet nieuw stelsel voor box 3 per 2028. Dan wordt alleen nog gekeken naar het rendement dat je daadwerkelijk hebt behaald: rente, dividend, huur, én waardestijgingen van beleggingen – óók als je nog niks hebt verkocht.
Groen beleggen met belastingvoordeel
Er zijn manieren om in box 3 toch minder belasting te betalen op jouw beleggingen. Dat kan bijvoorbeeld door groen te beleggen. Je kunt je geld stoppen in groenfondsen van verschillende banken.
Extra vrijstelling voor Groenfondsen
Voor het vermogen dat je in groene beleggingen stopt, krijg je nog een paar jaar een extra vrijstelling.
Voor 2026 is die vastgesteld op € 26.715 en voor fiscaal partners geldt het dubbele bedrag: € 53.430. Daarnaast heb je bij groen beleggen ook nog recht op een extra heffingskorting, maar die is nog maar 0,1 procent. Dat mag je in mindering brengen op de totaal berekende inkomstenbelasting in box 3.
Let op! De vrijstelling en heffingskorting voor groene beleggingen vervallen volledig per 1 januari 2028 (in plaats van 2027). Vanaf 2027 is het voordeel al minimaal, nog slechts € 200 (en € 400 voor partners).
Whitepaper Beleggen
Dividendbelasting
Wanneer je een positief rendement op je aandelen haalt, kan dat behalve uit een koersstijging ook uit ontvangen dividenden bestaan. Dit is het gedeelte van de winst die beursgenoteerde bedrijven soms (voor een deel) uitkeren aan hun aandeelhouders. Ook sommige beleggingsfondsen keren dividend uit.
Als belegger ontvang je niet het hele bedrag aan dividend. Het bedrijf of beleggingsfonds houdt in Nederland 15 procent dividendbelasting in. Het tarief van deze zogeheten bronbelasting scheelt per land. In Amerika ligt dat bijvoorbeeld op 30 procent. Maar dankzij onderlinge belastingverdragen betaal je als inwoner van Nederland altijd het percentage dividendbelasting van 15 procent. Dat wordt allemaal automatisch verwerkt.
Automatisch op de belastingaangifte
Je hoeft dus zelf niet aan de Belastingdienst op te geven welke dividenden je van welke bedrijven allemaal hebt ontvangen. Dat wordt al automatisch ingevuld op de belastingaangifte. Behalve als jij een belang van 5 procent of meer in een vennootschap hebt. Dan gelden weer andere regels en moet je waarschijnlijk belasting in box 2 betalen, maar dat is op de meeste particulieren niet van toepassing.
Lees ook: Dividendbelasting. Dit zijn de regels en tarieven.
Beleggen via privé of bv: wat is fiscaal voordeliger?
Als ondernemer kun je beleggen met privévermogen (box 3) of via je bv of holding (box 2). In box 3 betaal je belasting op basis van een fictief rendement. Maar beleg je via de bv, dan betaal je vennootschapsbelasting over de gerealiseerde winst — en mogelijk dividendbelasting bij uitkering naar privé.
Wat fiscaal gunstiger is, hangt af van je situatie. Laat je daarom goed adviseren door een boekhouder of fiscalist. Zeker nu de regels rond box 3 veranderen is het slim om je beleggingsstrategie hierop aan te passen.