De plannen zijn op 16 september 2025 door het demissionair kabinet onder leiding van minister -president Schoof gepresenteerd. Dat betekent dat er nog veel aan de maatregelen kan veranderen met een nieuw kabinet. Ook moeten de Eerste en Tweede kamer nog een deel van de plannen behandelen. Minister Heinen van Financiën bood de Miljoenennota en de Rijksbegroting aan de Tweede Kamer aan in het welbekende koffertje.
De plannen voor ondernemers van Prinsjesdag in het kort:
- Auto van de zaak: vanaf 1 januari 2027 komt er een pseudo-eindheffing van 12% op fossiele personenauto’s die privé gebruikt mogen worden. Elektrische voertuigen en bestelauto’s zijn uitgezonderd. Overgang tot 17 september 2030 voor bestaande terbeschikkingstellingen.
- Bijtelling: elektrische auto’s krijgen per 2026 dezelfde 22% bijtelling over de volledige cataloguswaarde (geen drempelbedrag meer).
- Motorrijtuigenbelasting (mrb) & belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm): Mrb-korting voor elektrische voertuigen daalt naar 30% in 2026 (ook in 2027-2028, 25% in 2029). Bpm-schijfgrenzen dalen stapsgewijs; tarieven stijgen beperkt.
- Fiets: 0% bijtelling voor deelfietsen (ov- & hubfietsen) met terugwerkende kracht tot 1-1-2020.
- Arbeidskorting: stijgt naar € 5.712 (indicatief).
- Zelfstandigenaftrek: verder omlaag naar € 1.200 in 2026;
- Stakingsaftrek naar € 908 in 2027 en verdwijnt in 2030.
- Meewerkaftrek: -75% in 2027, afschaffing in 2030.
- Inkomstenbelasting (box 1): eerste schijf omlaag naar 35,70% (tot € 38.883), tweede schijf 37,56%.
- Box 2 (dga): twee schijven blijven, lage tariefgrens omhoog naar € 68.843; daarboven 31%.
- Box 3: – tarief 36% blijft in 2026, forfaitair rendement beleggingen 7,78%, heffingsvrij vermogen omlaag naar € 51.396, reparatie van obligatie-lek per 1-1-2026 (terugwerkend tot 25-8-2025).
- VPB: ongewijzigd (19% tot € 200.000, daarboven 25,8%).
- ZVW: werkgeversheffing omlaag naar 6,10% in 2026, werknemersbijdrage naar 4,85%, maximumbijdrageloon € 79.412.
- WBSO: percentages ongewijzigd in 2026 (36% eerste schijf, 16% tweede; starters 50% tot € 380.000).
- EIA/MIA/Vamil: EIA-budget omhoog; MIA en Vamil vervallen per 1-1-2029.
- Thuiswerkvergoeding: indicatief € 2,45 per dag in 2026; reiskosten € 0,23/km blijft.
- WPM-rapportage (werkgebonden personenmobiliteit): geschrapt voor mkb; verplicht vanaf 250+ werknemers.
- Groene beleggingen: vrijstelling en heffingskorting verschuiven naar afschaffing per 1-1-2028 (met symbolische verlaging in 2027).
- Btw: 9% blijft voor cultuur, media, sport; logies staat nog gepland naar 21% per 2026 (motie ingediend om tegen te houden).
- Regeling voor vervroegde uittreding (RVU): regeling wordt structureel vanaf 1-1-2026, met hogere drempel ( +€ 300 per maand) en oplopende pseudo-eindheffing boven de vrijstelling.
1. Vervoer & mobiliteit
Extra heffing op fossiele auto’s (2027)
Vanaf 2027 betalen werkgevers een pseudo-eindheffing van 12 procent over de cataloguswaarde van fossiele auto’s die ook privé gebruikt mogen worden. Voor een auto van € 40.000 is dat € 4.800 per jaar. Alleen elektrische auto’s en bestelwagens zijn uitgezonderd. Voor auto’s ouder dan 25 jaar geldt de actuele marktwaarde.
Auto’s die vóór 2027 zijn verstrekt, vallen tot 17 september 2030 nog buiten de regeling. Daarna betaalt iedereen. Het loont dus om leasecontracten tijdig te herzien en de overstap naar elektrisch of bestelwagens te plannen.
Bijtelling en autobelastingen (2026)
De bijtelling voor elektrische auto’s wordt in 2026 gelijkgetrokken met die van benzine- en dieselauto’s: 22 procent over de hele cataloguswaarde. Wie dit jaar nog een elektrisch voertuig registreert, profiteert van 17 procent bijtelling voor vijf jaar. Ook verandert de motorrijtuigenbelasting: in 2026–2028 geldt een korting van 30 procent, vanaf 2029 nog 25 procent. De BPM-grenzen worden verlaagd en de tarieven stijgen licht.
Fiets van de zaak
Goed nieuws voor werkgevers die inzetten op fietsen: voor ov-fietsen, hubfietsen en andere deelfietsen geldt met terugwerkende kracht tot 2020 een bijtelling van 0 procent. Leg wel goed vast dat het om een deelfiets gaat.
Minder administratie voor mkb
De rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit (WPM) geldt straks alleen nog voor organisaties met 250 werknemers of meer. Mkb’ers hoeven dus niet langer jaarlijks te rapporteren, maar kunnen dit wel vrijwillig doen om inzicht in hun CO₂-uitstoot te krijgen.
2. Personeel, loon & vergoedingen
Thuiswerken en reiskosten
De thuiswerkvergoeding stijgt in 2026 waarschijnlijk naar € 2,45 per dag, de reiskostenvergoeding blijft 23 cent per kilometer. Beide vergoedingen mogen niet tegelijk worden toegepast.
RVU structureel vanaf 2026
De regeling voor vervroegde uittreding (RVU) wordt structureel en het vrijstellingsbedrag gaat omhoog met € 300 per maand. Daarboven geldt een pseudo-eindheffing die oploopt tot 65 procent in 2028. Werkgevers moeten hun uitstroombeleid hierop aanpassen.
Sociale premies werkgevers
De meeste premies van de werkgeverslasten blijven gelijk. De AOW-premie blijft 17,90 procent en de ANW-premie 0,10 procent. De Whk-premie stijgt naar 1,52 procent, terwijl de Aof-premie iets daalt. De werkgeversheffing voor de zorgverzekeringswet gaat omlaag naar 6,10 procent, de werknemersbijdrage naar 4,85 procent. Het maximumbijdrageloon stijgt naar € 79.412.
Expatregeling
De ETK-regeling wordt versoberd. Vanaf 2026 zijn extra woonlasten en belkosten naar het thuisland niet langer onbelast te vergoeden. Dit geldt alleen voor inkomende werknemers onder de ETK, niet voor de 30-procentregeling.
3. Winst, IB en vermogen (zzp/mkb)
Inkomstenbelasting en kortingen
Het tarief in de eerste schijf daalt naar 35,70 procent (tot € 38.883). In de tweede schijf stijgt het naar 37,56 procent (tot € 79.137). Daarboven geldt 49,50 procent. De arbeidskorting loopt op tot € 5.712.
Zelfstandigenaftrek en stakingsaftrek
De zelfstandigenaftrek daalt verder naar € 1.200. De stakingsaftrek zakt in 2027 naar € 908 en verdwijnt in 2030.
Meewerkaftrek
Deze regeling wordt afgebouwd. In 2027 gaat de aftrek voor meewerkende partners met 75 procent omlaag en in 2030 verdwijnt hij helemaal.
Belasting in box 3
Het tarief van de box 3-belasting blijft 36 procent, maar het forfaitair rendement voor beleggingen stijgt naar 7,78 procent. Het heffingsvrije vermogen daalt naar € 51.396 per persoon.
Wie kan aantonen dat het werkelijke rendement lager is, mag de tegenbewijsregeling gebruiken. Dat vraagt wel om een goede administratie.
Obligatie-lek gedicht
Bij de aankoop van een obligatie telt de prijs inclusief opgebouwde rente mee in box 3, terwijl de waarde aan het einde van het jaar zonder die rente wordt berekend. Dit kan leiden tot een verlies in het eerste jaar en een hoge winst in het tweede jaar, waardoor een belastinglek ontstaat.
Om dit te voorkomen vervalt per 1 januari 2026 de vrijstelling voor kortlopende termijnen in de tegenbewijsregeling (behalve bij banktegoeden). Obligaties moeten voortaan worden gewaardeerd op de economische waarde, inclusief rente. De maatregel geldt met terugwerkende kracht vanaf 25 augustus 2025, 16.00 uur.
Groene beleggingen
De vrijstelling en heffingskorting voor groene beleggingen verdwijnen pas in 2028. In 2027 zijn de bedragen symbolisch verlaagd tot vrijwel niets.
Whitepaper Controle Belastingdienst
4. DGA & bv
Voor dga’s blijft box 2 bestaan uit twee schijven: 24,5 procent tot € 68.843 en € 31 daarboven. Dat biedt iets meer ruimte in de lage schijf. In de vennootschapsbelasting blijft alles bij het oude: 19 procent tot € 200.000 winst, daarboven 25,8 procent.
Voor dga’s draait het vooral om timing. Door dividend slim te plannen en investeringen goed te spreiden, houd je grip op je belastingdruk.
5. Subsidies & investeringsaftrek
De Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) blijft ongewijzigd. In 2026 kun je 36 procent van de S&O-kosten tot € 380.000 aftrekken (50 procent voor starters). Daarboven geldt 16 procent. Het budget stijgt van €1,6 miljard naar ruim € 1,8 miljard. Aanvragen voor 2026 moeten uiterlijk 20 december 2025 binnen zijn.
Investeringsaftrek
De energie-investeringsaftrek (EIA) krijgt meer budget: € 460 miljoen. De MIA en Vamil verdwijnen in 2029. Ondernemers die nog gebruik willen maken van deze regelingen, doen er goed aan hun investeringen naar voren te halen.
Doorgroei van startups: € 200 miljoen
Startups in Europa groeien vaak minder snel door dan hun Amerikaanse tegenhangers. Een belangrijke reden: er is simpelweg minder durfkapitaal beschikbaar om jonge bedrijven te helpen de sprong naar scale-up te maken.
Om dit gat te dichten, bundelen verschillende Europese landen nu hun krachten. Gezamenlijk wordt er extra financiering beschikbaar gesteld voor veelbelovende startups die klaar zijn om door te groeien.
Voor Nederlandse bedrijven betekent dit dat er nieuw geld op tafel komt. Het ministerie van Economische Zaken investeert € 200 miljoen in het European Tech Champions Initiative (ETCI). Daarmee krijgen innovatieve ondernemingen met internationale ambities meer mogelijkheden om de stap van startup naar scale-up te zetten.
6. Btw & logies
Voor cultuur, media en sport blijft het lage btw-tarief van 9 procent bestaan. Voor logies (hotels, vakantieparken, pensions en vakantiewoningen) gaat het tarief per 1 januari 2026 omhoog naar 21 procent. Er ligt een motie om dit te blokkeren, maar het is nog onzeker of die wordt aangenomen.
Ondernemers in de sector doen er goed aan scenario’s door te rekenen en contracten te voorzien van een btw-clausule. Zo kun je snel schakelen als de verhoging doorgaat.
Conclusie: vooruitkijken loont
Of het nu gaat om de pseudo-eindheffing op fossiele auto’s, de afbouw van ondernemersaftrekken of de afschaffing van investeringsregelingen: Prinsjesdag 2025 laat zien dat de fiscale voordelen voor ondernemers verder worden ingeperkt. Tegelijkertijd liggen er kansen, bijvoorbeeld in de WBSO en de EIA.
De boodschap is duidelijk: neem nu de tijd om je wagenpark, personeelsbeleid, fiscale positie en investeringsplannen tegen het licht te houden. Bespreek de gevolgen met je adviseur en maak scenario’s voor 2026 en verder. Wie goed voorbereid is, houdt grip op de kosten en benut de kansen die er nog zijn.