Nieuwe box 3-regels voor vastgoed: zo voorkom jij een fiscale verrassing
De nieuwe box 3-regels die vanaf 2028 ingaan, pakken voor vastgoedbezitters anders uit dan voor beleggers in aandelen of spaargeld. Waar je voor beleggingen jaarlijks belasting betaalt over het werkelijke rendement, geldt voor onroerende zaken een vermogenswinstbelasting: de waardestijging van je pand wordt pas belast op het moment dat je verkoopt.
Huurinkomsten blijven wel jaarlijks belast. Verhuur je minder dan 90 procent van het jaar? Dan geldt een vastgoedbijtelling van 3,35 procent van de WOZ-waarde als minimumrendement.
Let op: het wetsvoorstel is aangenomen door de Tweede Kamer en ligt nu bij de Eerste Kamer. Minister Heinen heeft aangekondigd nog verbeteringen door te voeren — onder meer mogelijk een achterwaartse verliesverrekening. Op Prinsjesdag 2026 moet duidelijk worden wat er precies verandert. Ook de vastgoedbijtelling van 3,35 procent is nog niet definitief.
Wat betekent dit voor jou?
Heb je een beleggingspand in box 3? Dan verandert er nogal wat. Het goede nieuws: je betaalt niet langer elk jaar belasting over papieren waardestijgingen. Het minder goede nieuws: bij verkoop rekent de fiscus af over de volledige gerealiseerde winst. Timing wordt daarmee een strategische beslissing. Bovendien zijn onderhoudskosten en financieringskosten in de huidige tussenfase niet aftrekbaar bij het werkelijke rendement — iets wat veel vastgoedeigenaren verrast.
Advies van De Zaak: Reken nu al door wat aanhouden of verkopen voor jouw pand betekent onder het nieuwe stelsel. Houd daarbij rekening met huurinkomsten, verwachte waardestijging en de timing van verkoop. Lees ons uitgebreide artikel voor rekenvoorbeelden en concrete scenario’s: Nieuwe box 3 en vastgoed: wat verandert er vanaf 2028?
Op weg naar meer rust op zzp-markt: dit verandert er voor jou
Minister Aartsen van Werk en Participatie heeft de Tweede Kamer een brief gestuurd over de kabinetskoers voor het werken met zzp’ers. De boodschap: meer rust, meer duidelijkheid en aandacht voor wat wél kan.
Het verduidelijkingsdeel van de omstreden Wet VBAR is geschrapt; alleen het rechtsvermoeden van werknemerschap blijft overeind. Dat betekent concreet: verdient een zzp’er minder dan 38 euro per uur en claimt hij een arbeidsovereenkomst, dan moet de opdrachtgever bewijzen dat er géén sprake is van schijnzelfstandigheid.
Verder werkt het kabinet aan een communicatiecampagne – ‘Zo kan zzp wél’ – die opdrachtgevers informeert over waar ze op moeten letten bij een opdrachtovereenkomst. Extern ondernemerschap – gedraagt de zzp’er zich als ondernemer? — weegt voortaan volwaardig mee in de beoordeling van de arbeidsrelatie.
Dit wordt ook duidelijker benoemd in de webmodule arbeidsrelatie en op de website van de Belastingdienst. Op langere termijn wil het kabinet een nieuwe Zelfstandigenwet, maar een concrete datum ontbreekt nog.
Wat betekent dit voor jou?
Als mkb’er die werkt met zzp’ers is dit positief nieuws: de angst voor automatische boetes bij het inhuren van een zelfstandige neemt verder af. Maar handhaving op schijnzelfstandigheid gaat gewoon door. De 38 euro-grens blijft een belangrijk ijkpunt. Werk je met zzp’ers onder dat tarief, dan ben jij als opdrachtgever degene die moet aantonen dat er geen dienstverband is. Zorg dus dat je contracten en werksituaties dat aantoonbaar onderbouwen.
Advies van De Zaak: Controleer je huidige zzp-contracten op twee punten: ligt het tarief onder de 38 euro, en kun je aantonen dat er sprake is van extern ondernemerschap? Pas je overeenkomsten aan waar nodig en gebruik de webmodule van de Rijksoverheid om te toetsen of je samenwerking door de beugel kan.
Faillissementen stijgen weer: 12 procent meer dan een jaar geleden
In maart zijn 301 bedrijven failliet verklaard, blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS. Dat zijn 32 meer faillissementen dan in dezelfde maand vorig jaar, een stijging van 12 procent. Vergeleken met februari daalde het aantal wel licht met 3 procent. De faillissementsgraad – het aantal faillissementen per 100.000 bedrijven – kwam in maart uit op 8,1, tegenover 7,4 in maart 2025.
De horeca spant opnieuw de kroon als het gaat om relatief de meeste faillissementen: per 100.000 horecabedrijven gingen er 30,6 failliet. Dat is overigens een verbetering vergeleken met een jaar eerder, toen dat nog 38,5 was. Sectoren waar de faillissementsgraad juist fors steeg: de bouwnijverheid (van 11,1 naar 17,7), verhuur en overige zakelijke diensten (van 10,3 naar 17,3) en de handel (van 11,0 naar 16,1).
Wat betekent dit voor jou?
De licht dalende trend van eind 2024 lijkt te stokken. Vooral in de bouw, zakelijke dienstverlening en handel neemt de druk toe. Dat zijn sectoren waar veel mkb’ers actief zijn – als ondernemer, maar ook als leverancier of opdrachtgever. Een faillissement in je klantenbestand raakt direct je cashflow.
Advies van De Zaak: Check je debiteurenlijst op concentratierisico: welke klanten zijn goed voor een groot deel van je omzet, en hoe gezond zijn die bedrijven? Zorg voor een strakke opvolging van openstaande facturen en overweeg bij grote opdrachten een aanbetaling of gespreide betalingsregeling.
Veel starters lopen vast op administratie: zo voorkom jij dat dit jou overkomt
Veel startende ondernemers lopen al vroeg vast op iets basaals: hun administratie en belastingaangifte. Boekhoudregels en belastingverplichtingen blijken ingewikkelder dan gedacht, met onzekerheid en financiële stress als gevolg. Dat blijkt uit onderzoek van de Kamer van Koophandel onder bijna 800 ondernemers.
Een vijfde van de starters had bij de oprichting meer uitleg over belastingen willen hebben, terwijl één op de zeven informatie over administratie en wet- en regelgeving miste. Starters zoeken hun weg vooral via andere ondernemers, familie of vrienden; bijna de helft deed dat. Vier op de tien maakten gebruik van informatie van KVK. Een even grote groep ontdekte al doende wat erbij kwam kijken.
Zzp’ers en mkb’ers hebben daarbij verschillende behoeften. Zzp’ers willen vooral praktisch houvast over belastingen, verzekeringen en het vinden van klanten. Mkb’ers zoeken juist vaker duidelijkheid over wet- en regelgeving en beschikbare subsidies.
Wat betekent dit voor jou?
Ben je zelf starter, of heb je mensen in je netwerk die net beginnen? Dan is dit herkenbaar. Onvoldoende basiskennis leidt niet alleen tot administratieve fouten, maar kan directe gevolgen hebben voor de financiële continuïteit van een bedrijf. Wie al in de beginfase worstelt met btw, boekhouding of debiteurenbeheer, verliest tijd, geld en energie die beter besteed kan worden.
Advies van De Zaak: Start je binnenkort, of ken je iemand die dat doet? Zorg dan dat de basis vóór de eerste factuur op orde is: een eenvoudig boekhoudprogramma, kennis van btw-verplichtingen en een helder debiteurenproces.
Verder lees je alles over het starten van een bedrijf op dezaak.nl/bedrijfsvoering/bedrijf-starten, zoals hoe je een ondernemingsplan schrijft.
Belangrijke data voor ondernemers
- 27 april: Koningsdag
- 30 april: uiterste aangifte- en betaaldatum btw eerste kwartaal 2026
- 30 april: uiterste aangifte- en betaaldatum btw maand maart
- 1 mei: uiterste datum indienen inkomstenbelasting over 2025
- 4 mei: Nationale Dodenherdenking
- 5 mei: Bevrijdingsdag
- 14 mei: Hemelvaart
- 24 en 25 mei: eerste en tweede pinksterdag
- 26 mei: Offerfeest
- 31 mei: uiterste aangifte- en betaaldatum btw maand april 2026
- 31 mei: uiterste datum aangifte vennootschapsbelasting 2025