Als ondernemer denk je vaak aan winstbelasting of btw. Maar ook je privévermogen telt mee voor de Belastingdienst. Dat valt in Nederland onder box 3: inkomen uit sparen en beleggen. Wanneer betaal je box 3-belasting en hoeveel is dat?
Van fictief rendement naar werkelijk rendement
Het kabinet wil in box 3 van de inkomstenbelasting (o.a. spaartegoeden, aandelen, onroerende zaken, schulden) af van het fictief rendement en overstappen naar het werkelijk rendement. Dat staat in het voorstel voor de Wet werkelijk rendement box 3. Maar na de aanname van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer barstte direct een golf van kritiek los. Lees er alles over in het artikel Nieuw box 3-stelsel wankelt: wat kun je verwachten richting 2028?
Ondanks alle discussie blijft het kabinet vasthouden aan de invoering van een nieuw systeem. Het huidige box 3-stelsel staat al jaren onder druk door rechterlijke uitspraken en leidt volgens het kabinet tot een budgettaire tegenvaller van circa 2,4 miljard euro per jaar.
Tweede Kamer wil verliesverrekening in box 3 belasting
Het nieuwe systeem moet vanaf 2028 ingaan. In plaats van forfaitaire rendementen wordt dan belasting geheven over het werkelijke rendement op vermogen, zoals:
- rente op spaargeld
- dividend op aandelen
- koerswinsten op beleggingen
- maar ook eventuele verliezen
Juist door die schommelingen kan de belastingdruk scheef uitpakken. Een belegger kan in het ene jaar winst maken en belasting betalen, maar het jaar daarna verlies lijden. Zonder verliesverrekening blijft dat verlies dan fiscaal onbenut.
De Tweede Kamer wil daarom dat een verlies minimaal één jaar terug kan worden verrekend met winst uit een eerder jaar. De Kamer nam onlangs een motie aan waarin het kabinet wordt gevraagd om achterwaartse verliesverrekening (carry-back) mogelijk te maken in het nieuwe box 3-stelsel.
Opvallend is dat een vergelijkbaar voorstel eerder nog werd afgewezen. Het kabinet vond toen dat extra aanpassingen de invoering zouden vertragen en bovendien geld zouden kosten.
Eerste Kamer behandelt aangepaste box 3-wet
Inmiddels ligt de box 3-wet opnieuw onder vuur. Minister van Financiën Heinen liet weten dat het voorstel in feite ‘terug naar de tekentafel’ gaat. Toch betekent dat voorlopig niet dat de invoering wordt uitgesteld.
De Eerste Kamer behandelt het wetsvoorstel verder, maar wil eerst met de minister in gesprek over mogelijke verbeteringen. Staatssecretaris Eerenberg houdt vast aan de geplande invoering op 1 januari 2028.
De Belastingdienst onderzoekt momenteel wat er nodig is om verliesverrekening mogelijk te maken. Daarbij gaat het vooral om ICT-aanpassingen en uitvoeringscapaciteit. Volgens het kabinet kost een regeling voor achterwaartse verliesverrekening in de eerste vijf jaar ongeveer 3,4 miljard euro.
Meer verbeteringen voor nieuwe box 3 vanaf 2028
Naast verliesverrekening kijkt het kabinet ook naar andere verbeteringen in het wetsvoorstel, zoals:
- een betere definitie van startende ondernemingen
- een gunstiger regime voor aandelenopties bij startups en scale-ups
- mogelijke verdere ontwikkeling richting een vermogenswinstbelasting
Aanpassingen komen waarschijnlijk op Prinsjesdag
Welke wijzigingen het kabinet daadwerkelijk doorvoert, wordt naar verwachting duidelijk op Prinsjesdag 2026. De plannen worden dan opgenomen in het Belastingplan 2027.
Daarbij kan het gaan om aanpassingen aan onder meer:
- het box 3-tarief
- het heffingsvrije resultaat
- de vastgoedbijtelling
- de regels rond verliesverrekening
Tot die tijd blijft het voor ondernemers en beleggers wachten op duidelijkheid.
Wat betekent dit voor jou?
Heb je privévermogen in box 3, zoals spaargeld, beleggingen, crypto of vastgoed? Dan is het goed om de ontwikkelingen rond de nieuwe wet te volgen.
Onder het nieuwe systeem betaal je belasting over het werkelijke rendement, ook als dat rendement nog niet is uitgekeerd. Dat betekent waarschijnlijk meer administratie en bijhouden van rendementen dan nu.
Tegelijk is er nog veel onzekerheid over de exacte regels. De eerste relevante peildatum voor de nieuwe wet ligt pas op 1 januari 2028. Overhaaste stappen zijn daarom meestal niet nodig.
Wees ook kritisch op ‘slimme’ box 3-strategieën die online circuleren. Die zijn vaak gebaseerd op plannen die nog niet definitief zijn.
Advies van De Zaak
Breng je box 3-vermogen alvast in kaart:
- Welke bezittingen heb je?
- In welke categorie vallen ze (banktegoeden/spaarrekening, beleggingen en overige bezittingen of schulden)?
- Wat is het verwachte rendement?
Zo kun je na Prinsjesdag snel beoordelen wat de nieuwe regels voor jouw situatie betekenen.
Grote beslissingen – zoals vermogen onderbrengen in een bv – kun je misschien beter uitstellen tot het najaar van 2027, wanneer er meer duidelijkheid is over de definitieve wetgeving.
Rekenvoorbeelden box 3 belasting betalen
Heffingsvrije vermogen
In de praktijk betaal je meestal minder belasting dan in de voorbeelden, omdat een deel van het vermogen eerst onder het heffingsvrije vermogen valt. Voor alleenstaanden ligt dat in 2026 op € 59.357 en € 118.714 voor fiscale partners.
In de rekenvoorbeelden is het heffingsvrije vermogen weggelaten om de werking van het nieuwe systeem eenvoudiger te laten zien. En bij de nieuwe box 3-wet staat nog niet vast hoe hoog het heffingsvrije resultaat of vermogen wordt en of de systematiek hetzelfde blijft als nu.
Beleggen met winst en verlies
Stel dat je € 100.000 belegt.
Jaar 1
- Rendement: +10 procent
- Winst: € 10.000
- Belasting (36 procent): € 3.600
Jaar 2
- Rendement: – 10 procent
- Verlies: € 10.000
Zonder verliesverrekening betaal je in totaal € 3.600 belasting, terwijl je over twee jaar per saldo geen winst hebt gemaakt.
Met verliesverrekening krijg je mogelijk € 3.600 terug.
Spaargeld nu en straks
Stel dat je € 200.000 spaargeld hebt. De bank geeft 2 procent rente.
Huidige systeem (forfaitair rendement)
In het huidige box 3-stelsel rekent de Belastingdienst met een verondersteld rendement. Voor spaargeld ligt dat forfait momenteel rond 1 procent.
- Vermogen: € 200.000
- Forfaitair rendement (1 procent): € 2.000
Belasting (36 procent): € 2.000 × 36 procent = € 720 belasting
Werkelijke rente: 2 procent van € 200.000 = € 4.000
Netto na belasting: € 4.000 – € 720 = € 3.280
Nieuw systeem (werkelijk rendement)
In het nieuwe systeem wordt gekeken naar het echte rendement.
Werkelijk rendement: 2 procent rente = € 4.000
Belasting (36 procent): € 4.000 × 36 procent = € 1.440 belasting
Netto rendement: € 4.000 – € 1.440 = € 2.560
Verschil
| Huidig systeem | Nieuw systeem | |
|---|---|---|
| Belasting | € 720 | € 1.440 |
| Netto rendement | € 3.280 | € 2.560 |
In dit voorbeeld betaal je in het nieuwe systeem € 720 meer belasting, omdat de belasting wordt gebaseerd op het werkelijke rendement.
Whitepaper Belastingwijzigingen
Beleggen nu en straks
Stel dat je € 200.000 belegt in aandelen. Het rendement in een jaar is 8 procent.
Werkelijke winst: € 200.000 × 8 procent = € 16.000
Huidige systeem (forfaitair rendement)
In het huidige box 3-stelsel rekent de Belastingdienst met een verondersteld rendement voor beleggingen. Dat ligt momenteel rond 6 procent.
- Vermogen: € 200.000
- Forfaitair rendement (6 procent): € 12.000
Belasting (36 procent): € 12.000 × 36 procent = € 4.320 belasting
Netto rendement: € 16.000 – € 4.320 = € 11.680
Nieuw systeem (werkelijk rendement)
In het nieuwe systeem wordt het echte rendement belast.
Werkelijk rendement: € 16.000
Belasting (36 procent): € 16.000 × 36 procent = € 5.760
Netto rendement: € 16.000 – € 5.760 = € 10.240
Verschil
| Huidig systeem | Nieuw systeem | |
|---|---|---|
| Belasting | € 4.320 | € 5.760 |
| Netto rendement | € 11.680 | € 10.240 |
In dit voorbeeld betaal je in het nieuwe systeem € 1.440 meer belasting, omdat de belasting wordt gebaseerd op het werkelijke rendement.