Als ondernemer doe je elk jaar aangifte inkomstenbelasting. Daaruit volgt een bedrag dat je moet betalen of juist terugkrijgt van de Belastingdienst. Omdat dat vaak om forse bedragen gaat, kun je ervoor kiezen dit te spreiden via een voorlopige aanslag. Later ontvang je de definitieve aanslag, gebaseerd op je daadwerkelijke inkomsten. Bv’s ontvangen meestal aan het begin van het jaar een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting.
Wat is een voorlopige aanslag inkomstenbelasting?
Een voorlopige aanslag is een schatting van wat je in het lopende jaar aan inkomstenbelasting en bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) moet betalen. De Belastingdienst baseert dit op gegevens uit je eerdere aangifte. Je ontvangt de aanslag meestal in januari.
Voor startende ondernemers maakt de Belastingdienst vaak een inschatting op basis van je verwachte omzet en winst. Dat kan in het begin even schrikken zijn, zeker als je tegelijk nog de aanslag over het vorige jaar moet betalen.
Voorlopige aanslag aanpassen
Voorlopige aanslag gekregen? Neem de aanslag goed door. Is je financiële situatie veranderd en verwacht je dit jaar meer of juist minder winst of inkomen? Dan kun je de voorlopige aanslag zelf wijzigen via Mijn Belastingdienst. Dat kan op elk moment in het jaar. Zo voorkom je dat je volgend jaar een groot bedrag moet bij- of terugbetalen. Geef wijzigingen ook door bij persoonlijke veranderingen, zoals samenwonen of scheiden. Zulke gebeurtenissen beïnvloeden je heffingskortingen.
Voorlopige aanslag aanvragen
Heb je nog geen voorlopige aanslag ontvangen, maar weet je dat je moet bijbetalen? Vraag er dan zelf één aan bij de Belastingdienst. Zo spreid je de betaling én voorkom je belastingrente.
Voorlopige aanslag betalen
Je kunt de voorlopige aanslag inkomstenbelasting op twee manieren betalen:
- In één keer: betaal het hele bedrag uiterlijk binnen één maand na de datum van de aanslag. Je kunt via iDEAL betalen.
- In termijnen: deel het totaalbedrag door het aantal resterende maanden van het jaar. De eerste termijn moet binnen één maand na de aanslagdatum betaald zijn, daarna maandelijks één betaling. Je mag maximaal 11 gelijke termijnen gebruiken, en de laatste betaling moet vóór het einde van het jaar binnen zijn.
Je hoeft niet aan te geven welke betaalmethode je kiest – de Belastingdienst ziet dat aan je betalingen.
Kun je niet meer in minimaal 2 termijnen het bedrag betalen, dan moet je de aanslag binnen 6 weken na dagtekening in één keer voldoen.
Langer uitstel van betaling
Heeft je onderneming tijdelijk betalingsproblemen door bijzondere omstandigheden, maar is je bedrijf verder gezond en levensvatbaar? Dan kun je uitstel van betaling aanvragen voor langer dan de gebruikelijke 12 maanden. De Belastingdienst beoordeelt bij het verzoek of de problemen echt bestaan, tijdelijk zijn en binnen afzienbare tijd kunnen worden opgelost.
Bij een belastingschuld tot € 20.000 kun je zelf een verklaring indienen om dit te onderbouwen. Gaat het om een hoger bedrag dan is een verklaring van een onafhankelijke deskundige nodig, zoals je accountant, brancheorganisatie of externe financier.
Definitieve aanslag: de eindafrekening
Na afloop van het belastingjaar dien je je aangifte inkomstenbelasting in. Op basis daarvan stelt de Belastingdienst de definitieve aanslag vast. Dit is de definitieve berekening van wat je daadwerkelijk moet betalen, of je krijgt geld terug. Heb je te veel via de voorlopige aanslag betaald, dan krijg je het verschil terug (meestal zonder rente). Heb je door de voorlopige teruggave te weinig belasting betaald, dan volgt een naheffing – en daarover betaal je mogelijk belastingrente.
Whitepaper Belastingwijzigingen
Belastingrente in 2026
De belastingrente wordt jaarlijks aangepast aan de ECB-rente per 31 oktober van het voorgaande jaar.
- Voor de inkomstenbelasting bedraagt de rente 7,5 procent in 2025, in 2026 gaat deze hoogstwaarschijnlijk omlaag naar 5 procent.
- Voor de vennootschapsbelasting is dat 9 procent in 2025 en 7,5 procent in 2026.
- Belastingrente loopt vanaf 1 juli van het jaar na afloop van het belastingjaar. Voor de definitieve aanslag over 2025 begint de rente dus te lopen op 1 juli 2026.
Wil je rente voorkomen?
Dien dan je aangifte inkomstenbelasting voor 1 mei 2026 in, of vraag vóór die datum een voorlopige aanslag aan. De Belastingdienst rekent dan geen rente zolang zij jouw gegevens kan volgen.
Geen rente meer over terruggave
Een belastingteruggave over een te hoge voorlopige aanslag levert geen rente meer op. Heb je dus een bedrag tegoed, dan is dat renteloos. Ontvang je structureel te veel terug, pas dan je voorlopige aanslag aan. Zo voorkom je dat je onnodig geld bij de Belastingdienst ‘stalt’.
Voorlopige aanslag vennootschapsbelasting (vpb)
Ook bv’s ontvangen meestal aan het begin van het jaar een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting. Deze is gebaseerd op gegevens van eerdere jaren. Controleer het bedrag altijd goed: verwacht je meer of minder winst, dan kun je de aanslag wijzigen via Mijn Belastingdienst Zakelijk. De Belastingdienst kan maximaal drie wijzigingen per jaar verwerken. Vraag tijdig aanpassingen aan om verrassingen te voorkomen.
Definitieve aanslag vennootschapsbelasting
Na indiening van je aangifte VPB volgt de definitieve aanslag. Deze wordt gebaseerd op je daadwerkelijke winst. Heb je te veel betaald via de voorlopige aanslag, dan krijg je het overschot terug. Te weinig betaald? Dan volgt een naheffing met mogelijk rente.
Wil je belastingrente voorkomen?
Vraag vóór 1 mei 2026 een voorlopige aanslag over 2026 aan, of dien je VPB-aangifte vóór 1 juni 2026 in. De Belastingdienst moet dan wel jouw cijfers volgen – als ze afwijken, kan alsnog rente worden berekend.