Veel ondernemers kiezen automatisch een standaard betalingstermijn, zonder stil te staan bij wat wettelijk mag, wat slim is en wat in de praktijk werkt. Maar jouw betalingstermijn bepaalt letterlijk hoe snel je geld op je rekening staat en hoeveel risico je loopt op late betaling of zelfs wanbetaling.
In dit artikel lees je hoe de wet precies werkt, hoe je zelf de juiste termijn kiest en waarom bepaalde afspraken — vooral met grote bedrijven — extra belangrijk zijn.
Waarom jouw betalingstermijn zoveel uitmaakt
Een betalingstermijn lijkt een bijzaak, maar bepaalt in de praktijk hoe snel jij geld op je rekening hebt staan. Dat heeft directe gevolgen voor je financiële ruimte: kun je investeren, personeel betalen, of moet je zelf overbruggen terwijl een klant rustig wacht?
Vooral voor mkb-bedrijven en zzp’ers geldt: een te lange betalingstermijn betekent dat jij het project financiert — niet de klant. En dat is precies het probleem dat de wetgever heeft willen aanpakken.
De wettelijke regels: wat mag wél en wat mag níet?
De wet stelt grenzen aan betalingstermijnen. Dat klinkt streng, maar het is bedoeld om kleine ondernemers te beschermen, vooral tegen grote bedrijven die soms maanden lieten wachten.
Hieronder staat precies hoe het zit.
1. Betalingstermijn voor consumenten (B2C)
Lever je aan particulieren?
Dan mag je zelf bepalen welke betalingstermijn je kunt hanteren:
- 7 dagen
- 14 dagen
- 30 dagen
- of iets anders, zolang het een redelijke termijn is
Er is geen maximale betalingstermijn in de wet vastgelegd voor consumenten.
Maar: een extreem korte termijn (bijvoorbeeld 3 dagen) kan als onredelijk gezien worden.
Voor consumenten geldt: duidelijkheid vooraf is verplicht.
2. Betalingstermijnen tussen bedrijven (B2B)
Hier gelden strengere regels, omdat bedrijven onderling vaak langere betaaltermijnen afspraken. Dat veroorzaakte liquiditeitsproblemen bij kleine ondernemers. Daarom heeft de overheid wettelijk vastgelegd:
De wettelijke betalingstermijn is 30 dagen, tenzij je samen iets anders afspreekt.
Je mag een langere betalingstermijn opnemen in een overeenkomst, maar:
- De maximaal toegestane termijn is 60 dagen.
- Langer dan 60 dagen mag NIET.
- Dit geldt voor álle bedrijven onderling.
Zelfs als beide partijen akkoord gaan, is een betalingstermijn van meer dan 60 dagen niet toegestaan. Dit is dwingend geregeld in de wetgeving.
3. Betalingstermijnen bij grote ondernemingen (grootbedrijf → mkb)
Hier gelden nog strengere regels, omdat het mkb jarenlang het kind van de rekening was.
- Een grote onderneming (grootbedrijf) mag mkb-bedrijven nooit langer dan 30 dagen laten wachten.
- Een langere betaaltermijn (bijvoorbeeld 60 dagen) is niet toegestaan.
Kort gezegd:
- Grote bedrijven moeten binnen 30 dagen betalen.
- Dit is verplicht, ook als er anders in het contract staat.
Je mag als mkb-ondernemer dus weigeren akkoord te gaan met een langere termijn.
De wet is er om jou te beschermen.
Waarom bestaat deze regelgeving?
De overheid heeft deze regels in het leven geroepen omdat kleine bedrijven de dupe werden van grote opdrachtgevers die lange betaaltermijnen oplegden.
Veel ondernemers kregen daardoor te maken met:
- oplopende openstaande bedragen
- acute geldstress
- vertraagde groei
- faillissementen
- durven niet te factureren uit angst voor discussie
Dat is als het goed is verleden tijd: de wet ondersteunt ondernemers zodat ze sneller betaald krijgen en financiële problemen kunnen voorkomen.
De grote vraag: welke betalingstermijn past bij jouw bedrijf?
Niet elk bedrijf is hetzelfde, maar er zijn duidelijke richtlijnen die in de praktijk goed werken.
1. Lever je diensten? (coaches, consultants, ontwerpers)
Kies een kortere betalingstermijn:
- 14 dagen voor standaard opdrachten
- 7 dagen voor kleine losse opdrachten
- 30 dagen voor vaste klanten
Diensten zijn niet terug te draaien. Daarom wil je snel je geld binnen hebben.
2. Lever je producten? (webshops, groothandel)
- 7–14 dagen is gebruikelijk
- Bij nieuwe klanten: vooruitbetaling
- Bij grotere orders: deels vooraf, deels achteraf
3. Werk je met grote opdrachtgevers?
Dan geldt wettelijk:
Altijd 30 dagen, geen discussie mogelijk. Zelfs als de klant om 45 of 60 dagen vraagt: het mag niet.
4. Grote opdrachten? Werk met aanbetalingen
Bij opdrachten boven de € 1.000 is het normaal om:
- 30% tot 50% vooraf te vragen
- restbetaling binnen 14 of 30 dagen na oplevering
Zo voorkom je dat jij alle kosten draagt terwijl jouw klant extra financiële ruimte krijgt over jouw rug.
Whitepaper Controle Belastingdienst
Hoe handhaaf je jouw betalingstermijn in de praktijk?
Een betalingstermijn werkt alleen als jij hem zelf ook naleeft.
- Zet de termijn in je offerte én je contract — niet alleen op de factuur. Zo is er geen discussie mogelijk achteraf.
- Verstuur herinneringen op het juiste moment. Begin vriendelijk, word strakker naarmate de termijn verstrijkt. Bij uitblijvende betaling stuur je een formele aanmaning met vermelding van wettelijke rente en incassokosten.
- Bel bij structurele te-laat-betalers. Telefonisch contact werkt verrassend effectief — een herinnering per mail is makkelijker te negeren.
- Gebruik facturatiesoftware. Automatische workflows zorgen dat je geen factuur of herinnering vergeet.
Veelgemaakte fouten (en hoe jij ze voorkomt)
- Termijnen gebruiken ‘omdat iedereen dat doet’
→ Kijk zelf wat realistisch is voor jouw cashflow. - Ondernemers die niet handhaven
→ Dan is jouw termijn een lege afspraak. - Meegaan met langere betaaltermijnen ‘omdat de klant groot is’
→ Niet nodig, niet verstandig, en vaak niet toegestaan. - Niets schriftelijk vastleggen
→ Een betalingstermijn moet afgesproken zijn en juridisch kloppen.
Conclusie: jouw betalingstermijn is een strategisch instrument
De juiste betalingstermijn beschermt je tegen late betalingen, cashflowproblemen en onnodige afhankelijkheid van klanten. De wet biedt je daarvoor een stevig fundament, gebruik het.
Kies bewust, leg alles vast en handhaaf consequent. Zo hou je grip op je financiën en onderneem je vanuit een sterke positie.
Meer weten over debiteurenbeheer? Lees: Wat is debiteurenbeheer en waarom is het belangrijk voor elke ondernemer?