Het brutosalaris is slechts het begin
De basis van de loonkosten is het brutoloon. Daarbovenop komen kosten voor wettelijke verlofdagen, feestdagen en vakantiegeld. Dat zijn uitgaven die voor elke werkgever gelden.
Een fulltime medewerker heeft recht op minimaal 20 vakantiedagen per jaar. Het kan zijn dat medewerkers op basis van de geldende cao recht hebben op meer vakantiedagen. Je kunt ook meer dagen vastleggen in de arbeidsovereenkomst met de medewerker, minder dan 20 vakantiedagen is niet toegestaan. Tijdens die verlofdagen loopt het loon door, terwijl daar geen arbeid tegenover staat. Dat betekent dat het brutoloon met gemiddeld 8,55 procent omhooggaat om deze kosten te dekken.
Ook betaalde feestdagen vormen een kostenpost. In 2025 zijn er in Nederland zeven officiële feestdagen die op doordeweekse dagen vallen. Die dagen worden in de meeste sectoren als verlof doorbetaald, wat neerkomt op een gemiddelde extra kostenpost van 2,76 procent bovenop het brutoloon. Daarnaast is vakantiegeld wettelijk verplicht. Werknemers hebben recht op ten minste 8 procent van hun bruto jaarsalaris aan vakantiegeld. In sommige cao’s kan dat percentage hoger liggen.
Wanneer je deze drie componenten optelt; verlofdagen, feestdagen en vakantiegeld, betaal je als werkgever in de praktijk al ruim 19 procent meer dan alleen het afgesproken brutoloon.
Vergoedingen, verstrekkingen en aanvullende kosten
Naast de vaste lasten krijg je als werkgever te maken met aanvullende kosten. Neem de pensioenpremie: bij veel cao’s is deelname verplicht en draag jij als werkgever gemiddeld zo’n 15,8% bij. Ook de reiskostenvergoeding dragen bij aan de totale personeelskosten van je bedrijf. In 2025 mag je €0,23 per kilometer belastingvrij vergoeden. Een werknemer die dagelijks 30 km enkele reis pendelt, kost je dan al snel €150 per maand.
Andere bijkomende vergoedingen zijn vaak afhankelijk van je functiehuis en arbeidsvoorwaardenbeleid. Denk aan:
- Maaltijd- of thuiswerkvergoedingen
- Vergoeding voor internet of telefoon
- Een laptop of leaseauto van de zaak
- Een dertiende maand of winstuitkering
- Studiekosten en opleidingsbudgetten
Deze kosten zijn niet wettelijk verplicht, maar worden in veel branches wél als normaal gezien. Bied je ze niet aan, dan is de kans groot dat je moeite hebt om personeel te werven of te behouden.
Sociale premies
Een ander verplicht onderdeel van je totale loonkosten zijn je sociale premies. Deze worden berekend over het premieloon: het brutosalaris plus vakantiegeld, bonussen, overwerk en loon in natura (zoals een auto of laptop van de zaak). Deze premies zijn:
1 Aof-premie (Arbeidsongeschiktheid)
Je betaalt een bijdrage aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds. Voor kleine werkgevers (tot € 990.000 loonsom per jaar) is dat 6,28%, voor grotere werkgevers 7,64%. Daarbovenop komt nog een opslag van 0,5% voor de kinderopvang.
2. Awf-premie (Werkloosheid)
Sinds 2020 hangt de hoogte van de WW-premie af van het soort contract. Voor vaste contracten met vaste uren betaal je 2,74%. Bij tijdelijke contracten of flexibele uren is dat 7,74%.
3. Zorgverzekeringswet (Zvw)
Als werkgever betaal je 6,51% bijdrage voor de zorgverzekering. Dit staat los van de premie die je medewerker zelf betaalt.
4. Werkhervattingskas (Whk)
Hierbij verschilt de premie per sector en loonsom. Gemiddeld ligt dit percentage op 1,33%, maar dat kan hoger of lager uitvallen.
Overige structurele en incidentele kosten
Naast de directe loonkosten heb je ook te maken met structurele en incidentele kosten die inherent zijn aan het hebben van personeel. Denk aan:
- Een verplichte aansluiting bij een arbodienst
- Verzuimverzekeringen en de loondoorbetalingsplicht bij ziekte (tot 2 jaar!)
- Kosten voor salarisadministratie (intern of extern)
- Eventuele premies voor cao-gerelateerde verzekeringen
- Juridische kosten bij geschillen of conflicten
Juridisch advies kost al snel €200 tot €400 per sessie. En mocht het uitlopen op een arbeidsconflict? Dan loopt de schade snel op: gemiddeld €25.000 per zaak. Alleen al daarom is het verstandig om je personeelsbeleid goed op orde te hebben, of dit uit te besteden.
Alles opgeteld: loonkosten liggen 35% tot 55% hoger dan het salaris
Het verschil tussen het afgesproken brutosalaris en de totale loonkosten is fors. Reken je alle premies, reserveringen en vergoedingen mee, dan liggen de werkelijke kosten gemiddeld tussen de 35% en 55% hoger dan het brutoloon. Een werknemer met een salaris van €3.000 bruto per maand kan je als werkgever dus makkelijk €4.050 tot €4.650 per maand kosten, zonder dat daar nog iets “extra’s” voor geregeld is. Dat is geen probleem, zolang je er maar vooraf rekening mee houdt. Want alleen als je inzicht hebt in de totale werkgeverslasten, kun je realistische keuzes maken over groei, werving en arbeidsvoorwaarden.
Wil jij weten wat jouw personeel écht kost?
Ben jij – net als veel andere ondernemers – niet goed (genoeg) op de hoogte van alle werkgeverskosten? Met dit handige rekenoverzicht zet je alles rustig onder elkaar. Je ziet direct wat een medewerker je per maand kost, inclusief alle vaste en variabele lasten.