Wet werkelijk rendement box 3 aangenomen: wat betekent het voor je bedrijf?
De Tweede Kamer heeft ingestemd met de Wet werkelijk rendement box 3. Daarmee komt de invoering van een nieuw belastingstelsel voor spaargeld en beleggingen per 1 januari 2028 een stap dichterbij. De Eerste Kamer moet nog vóór 16 maart 2026 akkoord geven om die datum te halen.
Wat verandert er?
Het nieuwe box 3-stelsel gaat uit van belasting over het werkelijke rendement. Dat gebeurt via een hybride systeem:
- Voor spaargeld, beleggingen en effecten geldt een vermogensaanwasbelasting. Je betaalt jaarlijks belasting over het rendement dat je in dat jaar behaalt, zoals rente, dividend en waardestijging.
- Voor onroerende zaken (zoals een tweede woning) en aandelen in start-ups geldt een vermogenswinstbelasting. Je rekent pas af bij verkoop.
Het oude systeem met fictieve rendementen verdwijnt daarmee definitief.
Meer administratie, meer impact
Voor ondernemers betekent dit vooral meer administratieve verplichtingen. Je moet vanaf 2028 nauwkeurig bijhouden:
- wat je aankoopwaarde is
- welk rendement je jaarlijks behaalt
- wanneer je winst daadwerkelijk realiseert
Vooral dga’s en ondernemers met vastgoed of beleggingen in privé krijgen hiermee te maken. De fiscale keuze om vermogen binnen of buiten de bv te houden kan hierdoor belangrijker worden.
Discussie nog niet voorbij
Politiek is het debat nog niet afgerond. In het coalitieakkoord staat dat wordt toegewerkt naar een volledige vermogenswinstbelasting. Het huidige hybride systeem kan dus in de toekomst opnieuw worden aangepast.
Voor nu is dit echter het systeem dat per 2028 moet gaan gelden.
Advies van De Zaak: Heb je privévermogen in box 3, zoals spaargeld, beleggingen of verhuurd vastgoed? Wacht niet tot 2028. Breng nu al in kaart hoe jouw vermogensmix eruitziet en wat belasting over werkelijk rendement voor jou kan betekenen. Tijdig doorrekenen voorkomt verrassingen – en geeft ruimte om fiscaal bij te sturen zolang dat nog kan.
Nieuwe cijfers van het CBS: aantal zzp’ers daalt met 62.000
Voor het eerst in jaren is het aantal zzp’ers in Nederland flink gedaald. In 2025 nam het totaal met 62.000 zelfstandigen af. Daarmee komt een einde aan een lange periode van vrijwel onafgebroken groei. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Flinke daling in 2025
Eind 2024 telde Nederland nog bijna 1,3 miljoen zzp’ers (15 tot 75 jaar). In 2025 zette de daling al in het eerste kwartaal in en hield het hele jaar aan. Vooral zzp’ers die nog maar kort actief waren (1 tot 5 jaar) stapten over naar een andere arbeidspositie. Ook onder jongeren nam het aantal zelfstandigen relatief sterk af.
Opvallend: het gaat vooral om zzp’ers die hun eigen arbeid aanbieden (zoals in zakelijke dienstverlening of zorg). Het aantal zelfstandigen dat eigen producten verkoopt – zoals bakkers of slagers – bleef stabieler.
Volgens het CBS hangt de ontwikkeling samen met meerdere factoren. Per 1 januari 2025 is de handhaving op schijnzelfstandigheid aangescherpt. Daarnaast kan ook economische onzekerheid een rol spelen bij de keuze voor meer inkomenszekerheid.
Meer overstappers naar loondienst
In de eerste helft van 2025 stapten opvallend veel zzp’ers over naar een baan in loondienst. Alleen al in het eerste kwartaal maakten 59.000 zelfstandigen die overstap – bijna twee keer zoveel als een jaar eerder. De meesten kregen een flexcontract, een kleiner deel een vast dienstverband.zzp’ers die nog maar kort actief waren (1 tot 5 jaar).
In de tweede helft van 2025 nam het aantal overstappers naar loondienst weer af, maar toen waren het vooral minder nieuwe instromers die de daling versterkten.
Advies van De Zaak: Ben je zzp’er of werk je veel met zelfstandigen? Controleer of je arbeidsrelaties juridisch en fiscaal goed zijn ingericht. Overweeg daarnaast je positionering: in een krimpende markt wordt onderscheidend vermogen belangrijker dan ooit. Voor opdrachtgevers geldt hetzelfde: zorg dat je personeelsmix toekomstbestendig is en niet te afhankelijk van één contractvorm.
Fiscaal Verzamelbesluit 2026: wat verandert er?
Het ministerie van Financiën heeft de internetconsultatie geopend voor het Fiscaal Verzamelbesluit 2026. Het gaat om een bundel technische en inhoudelijke wijzigingen in uitvoeringsbesluiten voor onder meer inkomstenbelasting, loonbelasting, toeslagen, accijns en milieubelastingen. De meeste aanpassingen zijn technisch, maar op enkele punten zijn de gevolgen concreet.
Expatregeling verder afgebouwd
Het keuzerecht voor partiële buitenlandse belastingplicht is per 1 januari 2025 afgeschaft (met overgangsrecht tot en met 2026). Vanaf 1 januari 2027 vervalt ook de resterende wettelijke basis. Daarmee verdwijnt deze mogelijkheid definitief uit de lagere regelgeving.
De 30%-regeling blijft in 2025 en 2026 op 30 procent. Vanaf 2027 daalt dit naar 27 procent. Tegelijk stijgen de salarisnormen, waardoor minder werknemers in aanmerking komen voor de expatregeling.
Aanmerkelijk belang en lijfrenten
De wet wordt aangepast om te voorkomen dat bij emigratie met een aanmerkelijk belang (bijvoorbeeld aandelen in je bv) een negatieve verkrijgingsprijs ontstaat.
Voor lijfrenten die niet (meer) aan de fiscale voorwaarden voldoen maar wel in box 1 belast blijven, komt een inhoudingsplicht. Verzekeraars en banken moeten voortaan loonbelasting inhouden bij uitkering of afkoop.
Internationale regels
Verder komt er een vaste regeling voor bestuurders- en commissarissenbeloningen in internationale situaties en worden diverse douane- en milieuregels technisch aangepast.
De internetconsultatie loopt tot en met 13 maart 2026.
Advies van De Zaak: Lijkt het vooral technisch? Voor veel ondernemers wel. Maar werk je met expats, internationale bestuurders, lijfrentes of complexe aandeelhoudersstructuren, dan kunnen deze wijzigingen wél direct impact hebben. Check tijdig of je arbeidsvoorwaarden, salarisadministratie en internationale structuur nog aansluiten bij de nieuwe regels. En geef je mening door via de intenetconsultatie.
Ramadan gestart: check je zorgplicht als werkgever
Deze week is de ramadan begonnen. Werknemers die aan de ramadan meedoen, vasten tussen zonsopkomst en zonsondergang. Dat betekent overdag geen eten en drinken – en vaak minder slaap. Dat kan invloed hebben op concentratie, energieniveau en belastbaarheid tijdens het werk.
Er is dit jaar in Nederland onduidelijkheid over de precieze startdatum. Volgens het Saoedische Koninklijk Hof is het 18 februari, de Vereniging Imams Nederland heeft 19 februari uitgeroepen tot startdag. In de praktijk betekent dit dat sommige deelnemers op woensdag zijn begonnen met vasten en anderen op donderdag.
De ramadan valt relatief vroeg in het jaar. Daardoor zijn de dagen korter en duurt de vastenperiode qua uren per dag minder lang dan in de zomer. Dat is gunstig voor de nachtrust en verkleint de impact op het werk. Toch kan vooral bij fysiek zwaar werk of werkzaamheden met machines het risico op fouten of ongevallen toenemen.
In de wet staan geen specifieke regels over de ramadan en het Suikerfeest (dit jaar verwacht op 20 maart) is geen officiële feestdag. Wel geldt voor iedere werkgever de algemene zorgplicht uit de Arbowet: je moet zorgen voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden.
Advies van De Zaak: Werkgevers kunnen – waar nodig en mogelijk – tijdelijke aanpassingen overwegen, zoals het inzetten op minder risicovolle werkzaamheden of het afstemmen van werktijden op vasten- en eetmomenten. Ga tijdig in gesprek met medewerkers die vasten en bespreek wat zij nodig hebben om veilig en verantwoord te kunnen werken. Met duidelijke afspraken en wederzijds begrip voorkom je uitval, fouten en onveilige situaties.
Belangrijke data voor ondernemers
- 14 t/m 22 februari: voorjaarsvakantie scholen regio’s midden en zuid
- 21 februari t/m 1 maart: voorjaarsvakantie scholen regio noord
- 18 februari: start ramadan
- 28 februari: uiterste aangifte- en betaaldatum btw januari 2026
- 1 maart: start aangifteperiode inkomstenbelasting 2025
- 2 maart: uiterste betaal aan- of afmelden Kleineondernemersregeling (KOR)
- 13 en 14 maart: NLDoet
- 18 maart: gemeenteraadsverkiezingen
- 20 maart: Suikerfeest
- 31 maart: uiterste datum oprichten bv met geruisloze inbreng
- 31 maart: uiterste datum tekenen en registreren intentieverklaring voor ruisende inbreng onderneming in bv
- 31 maart: uiterste aangifte- en betaaldatum btw maand februari 2026
- 31 maart: uiterste aangifte- en betaaldatum btw jaar 2025