Belasting betalen over werkelijk rendement in box 3
Het kabinet wil in box 3 van de inkomstenbelasting (o.a. spaartegoeden, aandelen, onroerende zaken, schulden) af van het fictief rendement in het huidige stelsel. In plaats daarvan is ervoor gekozen om over te stappen naar belasting over het werkelijk rendement. Dat staat in het voorstel voor de Wet werkelijk rendement box 3.
Voor de meeste vermogensbestanddelen betekent het nieuwe systeem een zogeheten vermogensaanwasbelasting. Je betaalt dan jaarlijks belasting over:
- ontvangen rente en dividend (direct rendement)
- én over waardestijgingen van bijvoorbeeld aandelen (indirect rendement)
Dat laatste punt zorgt voor onrust. Want die waardestijging is vaak nog niet gerealiseerd. Je hebt de winst op papier, maar nog geen geld op je rekening.
Belasting over ‘papieren winst’ op gehele vermogen
Stel: je beleggingsportefeuille stijgt in een jaar met € 50.000. Volgens het voorstel betaal je daar belasting over, ook als je niets verkoopt.
Critici vrezen dat beleggers hierdoor gedwongen worden om beleggingen te verkopen om de belastingaanslag te kunnen betalen. Dat raakt vooral ondernemers die privévermogen aanhouden als pensioenvoorziening of buffer.
Ontbreken van verrekening verlies
Een tweede pijnpunt is het ontbreken van een achterwaartse verliesverrekening. Maak je in een later jaar verlies, dan kun je dat niet compenseren met eerdere belaste winsten. Dat voelt onevenwichtig, zeker bij volatiele beleggingen.
De Raad van State uitte al eerder bezwaren tegen het wetsvoorstel en adviseert om de vormgeving van box 3 opnieuw te bezien.
Minister wil wetsvoorstel aanpassen
De minister heeft nog niet concreet gemaakt welke wijzigingen hij wil doorvoeren. Wel gaf hij aan begrip te hebben voor de kritiek op het ontbreken van verliesverrekening. Een regeling voor achterwaartse verliesverrekening lijkt daarom een logische aanpassing.
Net als in andere landen een vermogenswinstbelasting?
Daarnaast klinkt steeds vaker de roep om een andere systematiek: een vermogenswinstbelasting. Daarbij betaal je pas belasting als je daadwerkelijk verkoopt en de winst realiseert. Dat systeem sluit beter aan bij het moment waarop je liquiditeit ontvangt. In veel andere landen is dit al de standaard.
Het ministerie heeft echter aangegeven dat een volledige overstap naar vermogenswinstbelasting voor alle beleggingen vóór 2028 niet uitvoerbaar is. De administratieve en technische impact is groot.
Na goedkeuring Tweede Kamer is het aan de Eerste Kamer
De Tweede Kamer stemde op 12 februari 2026 in met de nieuwe Wet werkelijk rendement box 3.
Het wetsvoorstel ligt inmiddels bij de Eerste Kamer, die naar verwachting in mei stemt. In de Eerste Kamer zijn echter ook stevige vragen gesteld over:
- de praktische uitvoerbaarheid voor de Belastingdienst
- de administratieve lasten voor belastingplichtigen
- de rechtszekerheid en overgangsregels
De staatssecretaris van Financiën gaat in gesprek met verschillende fracties in de Eerste Kamer om te peilen welke aanpassingen nodig zijn om een meerderheid te krijgen. Tegelijk wordt opnieuw gekeken naar alternatieven of verbeteringen van het wetsvoorstel.
Ook wordt onderzocht of via het Belastingplan aanvullende maatregelen mogelijk zijn om zorgen weg te nemen. Denk aan aanpassingen in overgangsrecht of specifieke categorieën vermogen.
Tussenstap op de weg naar het nieuwe stelsel
Het voorstel werd al gezien als een tussenstap. In de coalitieplannen staat namelijk dat uiteindelijk moet worden toegewerkt naar een volledige vermogenswinstbelasting. Dat betekent dat het huidige voorstel mogelijk niet het eindstation is, maar een fase in een bredere hervorming van box 3.
De nieuwe premier Rob Jetten wil die tussenstap zo snel mogelijk nemen: ‘Het niet doorgaan van dit wetsvoorstel betekent dat we in het voortdurende issue zitten van een niet werkend systeem dat ook de overheid ontzettend veel geld kost. Dus er is echt belang om tot een wet te komen die ook de Eerste Kamer in meerderheid kan aannemen,’ zo zei hij in zijn eerste persconferentie als premier.
Wat betekent dit voor jou als ondernemer?
Heb je vermogen in box 3 – bijvoorbeeld uit beleggen, een tweede woning, spaargeld boven de vrijstelling of overige bezittingen – dan kunnen de keuzes die nu worden gemaakt direct invloed hebben op je belastingdruk én je liquiditeit. Het blijft voorlopig onzeker hoe de heffing er vanaf 2028 precies uitziet. Zeker als je een groter beleggingsvermogen hebt of sterk fluctuerende rendementen, kan de uiteindelijke systematiek grote impact hebben op je liquiditeit.
Vooral ondernemers die privévermogen gebruiken als:
- pensioenvoorziening
- buffer voor tegenvallers
- en geld voor toekomstige investeringen
doen er goed aan om vooruit te kijken en na te gaan hoe gevoelig je portefeuille is voor belasting over ongerealiseerde waardestijgingen.
De eigen woning blijft in box 1
Wel is duidelijk dat de eigen woning niet belast wordt in de nieuwe box 3; deze blijft onder box 1 van de inkomstenbelasting vallen.
Blijf niet afwachten
De precieze invulling van het stelsel en de invoering per 2028 zijn dus nog niet definitief. Maar stilzitten is geen optie. Breng je box 3-vermogen in kaart. Kijk hoe gevoelig je portefeuille is voor waardeschommelingen. En bespreek met je adviseur of je huidige vermogensstructuur nog past bij je plannen.
Zodra er meer duidelijkheid is over de aanpassingen, zetten we de gevolgen concreet voor je op een rij. Zo houd je grip op je privévermogen – en zorg je dat je zaak ook fiscaal op orde blijft.