Wil je in aanmerking komen voor onder meer de zelfstandigenaftrek en startersaftrek, dan geldt het urencriterium. Dat betekent dat je in een kalenderjaar meestal minimaal 1.225 uur aan je onderneming moet besteden. De Belastingdienst kijkt daarbij naar de uren die je echt hebt gewerkt. Uren die je door ziekte niet kon maken, tellen in principe niet mee.
Ziekte is meestal geen uitzondering
Dat is een belangrijk verschil met werknemers die voor een bedrijf werken. Wie in loondienst ziek wordt, houdt vaak nog recht op loon. Voor zelfstandig ondernemers werkt dat anders. Ben je langere tijd uitgeschakeld, dan kan dat niet alleen je omzet raken, maar ook je recht op fiscale aftrekposten.
De hoofdregel is hard: ziekte of arbeidsongeschiktheid verlaagt het urencriterium niet. Je mag dus niet uitgaan van de uren die je normaal gesproken zou hebben gewerkt als je niet ziek was geworden.
Alleen de uren tellen mee die je daadwerkelijk aan je eigen bedrijf besteedt.
Wanneer geldt wél een uitzondering?
Er zijn maar een paar situaties waarin soepelere regels gelden.
1. Starter vanuit een arbeidsongeschiktheidsuitkering
Dan geldt een verlaagd urencriterium van 800 uur. Dit is relevant voor de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. Die regeling is bedoeld voor ondernemers die starten vanuit bijvoorbeeld een WIA-, WAO-, WAZ-, Wajong- of Ziektewetuitkering.
2. Zwangerschap
Onderbreek je je werk door zwangerschap? Dan mag je over een periode van in totaal 16 weken de niet-gewerkte uren toch meetellen. Je rekent dan met het aantal uren dat je normaal gesproken werkte.
3. Stakingsaftrek
Voor de stakingsaftrek geldt geen urencriterium. Die aftrek staat dus los van het aantal uren dat je in een jaar hebt gewerkt.
Voor de mkb-winstvrijstelling geldt geen urencriterium
Lees meer over de mkb-winstvrijstelling.
Whitepaper Belastingwijzigingen
Praktisch risico: geen aftrek, wel minder inkomen
De financiële impact kan groter zijn dan je denkt. Als je het urencriterium voor je werkzaamheden niet haalt, vervalt mogelijk je recht op ondernemersaftrek. En juist in een jaar waarin je inkomen al onder druk staat door ziekte, kan dat extra hard aankomen.
Daarom is het slim om niet alleen je omzet, maar ook je urenregistratie serieus te nemen. Zeker als je tijdelijk minder werkt. De Belastingdienst kan om een onderbouwing vragen, dus een globale schatting achteraf is vaak niet genoeg. Ook indirecte uren, zoals administratie, acquisitie, reistijd en voorbereiding, kunnen meetellen, zolang ze in het belang zijn van je bedrijf.
Wat kun je doen?
Houd tijdens ziekte zo goed mogelijk bij:
- welke uren je nog wél werkt
- welke indirecte ondernemersuren je maakt
- vanaf wanneer en hoe lang je bent uitgevallen
- of je mogelijk onder een uitzondering valt
Heb je door ziekte een flink inkomensverlies? Kijk dan ook breder dan alleen de aangifte. Denk aan een arbeidsongeschiktheidsverzekering, een vrijwillig vangnet of – afhankelijk van je situatie – ondersteuning via het Besluit bijstandverlening zelfstandigen(Bbz) of andere regelingen.
Let dus als zelfstandig ondernemer goed op je uren bij ziekte
Ziekte is voor ondernemers fiscaal meestal geen verzachtende omstandigheid bij het urencriterium. Haal je het minimum van 1.225 uur niet, dan kun je fiscale voordelen mislopen. Alleen in een paar specifieke gevallen, zoals starten vanuit een arbeidsongeschiktheidsuitkering of onderbreking door zwangerschap, gelden soepelere regels.