Nieuwe keuze in je aangifte
Vermogen zoals spaargeld, onroerend goed en aandelen wordt belast in box 3 van de inkomstenbelasting. Box 3-belasting voor ondernemers: wanneer betaal je en hoeveel?
Heb je vermogen in box 3 boven het heffingsvrije vermogen? Dan vraagt het aangifteprogramma of je ook je werkelijke rendement wilt doorgeven.
Kies je daarvoor, dan hoef je niet bang te zijn dat je verkeerd kiest. De Belastingdienst rekent automatisch twee varianten voor je door:
- belasting op basis van forfaitair rendement, ook wel fictief rendement genoemd
- belasting op basis van werkelijk rendement
Je betaalt uiteindelijk altijd het laagste bedrag.
Formulier Opgaaf werkelijk rendement
Over de jaren voor 2025 kun je het werkelijk rendement doorgeven via het Formulier Opgaaf werkelijk rendement. Je moet dan wel een brief van de Belastingdienst gekregen hebben waarin staat dat je het formulier mag invullen.
Waarom fictief rendement vaak gunstiger is
Fictief rendement 2026 per vermogenstype:
- Banktegoeden/spaarrekening: 1,28 procent
- Beleggingen en overige bezittingen: 6 procent
- Schulden: 2,70 procent
Je daadwerkelijke heffing is dan 36 procent over het berekende fictieve rendement.
Hoewel belasting over je echte rendement eerlijk klinkt, pakt het in de praktijk vaak anders uit. Dat komt vooral door twee belangrijke verschillen.
Geen heffingsvrij vermogen
Bij forfaitair rendement geldt een heffingsvrij vermogen. Over dat deel betaal je geen belasting. In 2026 is dat 59.357 euro per persoon. Voor fiscale partners samen is dit vrijgestelde bedrag 118.714 euro.
Kies je voor werkelijk rendement? Dan vervalt deze vrijstelling. Je volledige vermogen telt mee in de berekening. Vooral bij kleinere vermogens maakt dat een groot verschil.
Werkelijk rendement box 3 ligt vaak hoger
Daarnaast blijkt dat het werkelijke rendement op ‘beleggingen en overige bezittingen’ – zoals een vakantiewoning – vaak hoger is dan het percentage dat de Belastingdienst gebruikt in het forfaitaire systeem.
Het gevolg: je belastbare rendement kan juist stijgen als je voor de werkelijke methode kiest.
Vooral nadelig bij kleinere en middelgrote vermogens
In de praktijk zie je daarom dat het forfaitaire rendement vaak voordeliger uitpakt voor kleinere en middelgrote vermogens.
Dat komt doordat:
- het heffingsvrij vermogen relatief zwaar meeweegt in het totale vermogen
- het verschil tussen forfaitair en werkelijk rendement minder groot is
Bij grotere vermogens of specifieke situaties kan het beeld anders zijn.
Wanneer is werkelijk rendement wél interessant?
Er zijn situaties waarin het juist slim is om je werkelijke rendement door te geven:
- bij negatief rendement
- als je vooral spaargeld hebt met een lage rente
- als je opbrengsten tijdelijk achterblijven
In die gevallen kan de belasting op basis van het werkelijke rendement lager uitvallen dan het forfait.
Whitepaper Belastingwijzigingen
Wat betekent dit voor jou?
Voor veel ondernemers is de keuze minder spannend dan het lijkt. Geef je je werkelijke rendement door, dan maakt de Belastingdienst automatisch de vergelijking.
Toch is het verstandig om vooraf inzicht te hebben in je situatie. Let vooral op:
- de omvang van je vermogen
- de vermogensbestanddelen (sparen, beleggen, vastgoed) en vermogensverdeling
- je daadwerkelijke rendement
Zo voorkom je verrassingen en benut je de regeling optimaal.
Tip: kijk hier elk jaar opnieuw naar. Door schommelingen in rendement of wijzigingen in de regels kan de beste keuze veranderen.
Let op! Box 3-stelsel in transitie
De politiek blijft sleutelen aan de nieuwe box 3-wetgeving voor de belasting over je vermogen. Door nieuwe wetgeving – de Wet werkelijk rendement box 3 – moet het fictief rendement en de forfaitaire heffing vanaf 2028 verleden tijd zijn. In deze artikelen lees je meer over wat in het nieuwe stelsel geldt:
Belasting op vermogen verandert: wat betekent dat voor ondernemers?
Nieuw box 3-stelsel wankelt: wat kun je verwachten richting 2028?