Uitkeren dga-salaris: gebruikelijk loon
Als je als ondernemer 5% of meer van de aandelen in je bezit hebt, ben je officieel directeur-grootaandeelhouder (dga). Je hebt dan een aanmerkelijk belang in je bv. Dga’s krijgen allereerst te maken met het verplichte dga-salaris, oftewel het gebruikelijk loon. Je haalt daarmee je inkomsten uit je onderneming naar je eigen bankrekening.
Salaris meest vergelijkbare dienstbetrekking
Het gebruikelijk loon is:
- het salaris dat gebruikelijk is voor iemand met de meest vergelijkbare dienstbetrekking in loondienst en met de meest vergelijkbare werkzaamheden
- of het hoogste loon van een werknemer binnen de eigen bv of binnen een verbonden vennootschap
- maar minstens het bedrag dat in dat jaar geldt als minimumsalaris
Minimumbedrag
Het minimumsalaris voor de dga wordt jaarlijks vastgesteld door de Belastingdienst. In 2026 geldt een minimumbedrag van € 58.000 per jaar. Meer mag, minder (meestal) niet. Maar: verdienen anderen in vergelijkbare functies minder en kun je dat aantonen? Dan mag het gebruikelijk loon worden verlaagd tot dat bedrag. Ligt het gebruikelijk loon zelfs op € 5.000 of minder per jaar, en kun je dat onderbouwen? Dan hoef je alleen het daadwerkelijk ontvangen loon op te geven. Deze grens geldt voor al je werkzaamheden samen binnen alle vennootschappen waarin je een aanmerkelijk belang hebt.
Er is een toptarief van 49,50% voor inkomens vanaf € 79.132. Voor bedragen boven de € 58.000 en onder € 79.132 is het tarief 37,56%.
Fictief loon
Keert een dga zichzelf minder uit dan het gebruikelijk loon voor zijn werkzaamheden, dan beschouwt de Belastingdienst het verschil als fictief loon. Dat betekent dat dit bedrag alsnog wordt belast, alsof het wél is uitbetaald. Zo voorkomt de fiscus dat een dga zijn belastingdruk verlaagt door zichzelf te weinig salaris te geven.
Loon partner en kinderen
Je mag ook je partner en/of kinderen via je bv uitbetalen als ze meewerken in het bedrijf. In dat geval krijgen ze gewoon loon voor hun werkzaamheden, net als andere werknemers. Dat loon moet marktconform zijn: niet te laag en niet buitensporig hoog. Je betaalt ook loonheffingen, werknemersverzekeringen, premie volksverzekeringen en werkgeversverzekeringen over het arbeidsloon.
Uitkeren van dividend
Heeft jouw bv meer dan € 58.000 bruto winst behaald en wil je jezelf meer uitbetalen? Pas als het verplichte dga-salaris is uitgekeerd, mag je dividend uitkeren. Dga’s houden hun verplichte salaris vaak zo laag mogelijk en keren liever dividend uit als ze dit nodig hebben. Dit omdat de dividendbelasting en box 2-heffing in de inkomstenbelasting lager is dan de inkomstenbelasting die je afdraagt over het salaris.
Lees ook: Uitbetaling van dividend aan dga: dit zijn de regels
Werkkostenregeling
Naast het verplichte salaris en de dividenduitkering is er nog de werkkostenregeling. Het gaat hier niet om grote bedragen: tot € 2400 aan vergoedingen per jaar zit je veilig en betaal je er geen belasting over. Via de werkkostenregeling kun je onbelast vergoedingen geven aan zowel de dga als werknemers. Dit kan gebruikt worden voor bijvoorbeeld apparatuur die nodig is, zoals een tablet of mobiele telefoon. Maar ook kerstpakketten en andere cadeaus vallen hieronder.
Ook kun je als dga andere onkosten via de bv vergoeden, zoals met een thuiswerkvergoeding en reiskostenvergoeding.
Lenen van de bv voor de directeur-grootaandeelhouder
Als dga mag je geld lenen van je eigen bv via een zakelijke lening. Hiervoor geldt altijd een terugbetaling en de lening komt ook in de aangifte inkomstenbelasting te staan. De bv zelf zet deze in de aangifte vennootschapsbelasting. Door de wet excessief lenen mogen dga’s en hun partners nog maar maximaal € 500.000 onbelast lenen van de bv, met uitzondering van een lening voor een eigen woning. Tot dat bedrag wordt over het leenbedrag geen heffing ingehouden. Daarna geldt 24,5% tot € 67.804 en alles daarboven wordt met 31% belast in box 2.
Whitepaper Belastingvrij schenken
Lenen aan de bv
Werk je als eigenaar met een holdingstructuur of heb je meerdere bv’s? Dan kan de ene bv geld lenen van de andere. Een lening van de werk-bv aan de holding-bv, of andersom. Dat is handig om tijdelijk cash vrij te maken binnen je bedrijf of een investering te kunnen doen.
De Belastingdienst eist dat leningen tussen gelieerde bv’s zakelijk zijn. Dat betekent onder meer: een marktconforme rente, duidelijke afspraken en een reëel risico. Leningen tussen je bv’s: zo benut je de fiscale spelregels slim.
Via rekening-courant
Als dga kun je geld uit je bv opnemen via een rekening-courant, maar dat mag alleen onder zakelijke voorwaarden. Daarbij geldt een belangrijke grens: zolang het saldo niet boven de € 17.500 uitkomt, hoef je geen rente te rekenen. Ga je daaroverheen, dan moet je wél rente berekenen over het hele bedrag.
Een rekening-courant is dus vooral handig voor tijdelijke opnames of kleine bedragen. Gebruik je het structureel of laat je het saldo te ver oplopen, dan kan de Belastingdienst dit zien als een verkapte dividenduitkering waar je direct belasting over betaalt. Voor grotere bedragen is dividend of salaris uitkeren daarom verstandig.
Agiostorting terughalen
Een agiostorting is een bedrag dat door aandeelhouders bovenop de nominale waarde van de aandelen wordt gestort. Hierdoor neemt het eigen vermogen van de onderneming toe. Bij een agiostorting hoeft er geen belasting te worden betaald over de vermogensbestanddelen in box 3, zolang het geld in de vennootschap blijft.
Als je eerder een agiostorting in je bv hebt gedaan, kun je deze terughalen naar je privévermogen. Dat moet zorgvuldig en formeel gebeuren. Je hebt altijd een aandeelhoudersbesluit nodig, en soms ook een notariële akte als de statuten dat vereisen. Daarnaast moet de bv financieel gezond genoeg zijn: via de vermogenstoets en uitkeringstoets beoordeel je of de uitkering kan plaatsvinden zonder dat schuldeisers of verplichtingen in gevaar komen. Doe je dit niet correct, dan zijn de gevolgen groot en kun je als bestuurder zelfs privé aansprakelijk worden gesteld.
Wanneer de voorwaarden zijn vervuld, kan de agio-uitbetaling naar je privé-rekening. Vanaf dat moment valt het bedrag weer in box 3, vanaf de eerstvolgende peildatum (1 januari). In principe is zo’n terugbetaling belastingvrij, mits de formele weg juist wordt gevolgd. Als je dat nalaat, kan de Belastingdienst de teruggaaf als dividend aanmerken, waarover je belasting in box 2 verschuldigd bent.