Heb je een beleggingspand in box 3? Dan krijg je te maken met een ander systeem dan voor spaargeld en beleggingen. Het kabinet wil voor onroerende zaken overstappen op een vermogenswinstbelasting. Die zou eerst per 2027 ingaan, maar is uitgesteld naar 2028. Wat betekent dat concreet voor jou als ondernemer?

In het kort

  • Vastgoed in box 3 krijgt eigen regels: vermogenswinstbelasting bij verkoop
  • Huurinkomsten blijven jaarlijks belast, waardestijging pas bij verkoop
  • Verhuur je minder dan 90%? Dan geldt een bijtelling van 3,35% over de WOZ
  • Details zijn nog niet definitief — de Eerste Kamer behandelt het voorstel nog
  • Reken nu al door of aanhouden of verkopen gunstiger uitpakt na 2028

Inhoudsopgave

Vanaf 2028 kijkt de fiscus bij vastgoedbezit in box 3 niet alleen naar huurinkomsten, maar ook naar de waardestijging van het pand. In dit whitepaper lees je hoe dat precies werkt.

Wat is box 3-belasting en wat gaat er veranderen?

Ook je privévermogen telt als ondernemer mee voor belastingen. Dat valt in Nederland onder box 3: inkomen uit sparen en beleggen. Box 3-belasting voor ondernemers: wanneer betaal je en hoeveel?
Er wordt al jaren gewerkt aan een nieuw stelsel voor box 3, waardoor op een andere manier belast wordt. Dit moet in 2028 ingaan, maar heeft nogal wat voeten in de aarde.
Lees meer:
Nieuw box 3-stelsel wankelt: wat kun je verwachten richting 2028?
Belasting op vermogen verandert: wat betekent dat voor ondernemers?

Van vermogensaanwas naar vermogenswinst

Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 gaat uit van belasting over het werkelijke rendement (vermogensaanwas). Maar voor vastgoed in box 3 geldt een uitzondering.

Voor onroerende zaken komt er een vermogenswinstbelasting:

  • Indirect rendement (waardestijging) wordt pas belast bij verkoop.
  • Direct rendement (huur of pacht) wordt jaarlijks belast.


Dat betekent: geen jaarlijkse heffing over papieren waardestijgingen, maar afrekening bij verkoop.

Direct rendement onroerende zaken: drie situaties

Voor het jaarlijkse rendement maakt het voorstel onderscheid tussen drie categorieën.

1. Minstens 90 procent verhuurd

Verhuur je het pand vrijwel het hele jaar? Dan geldt:

  • Belast: ontvangen huur of pacht
  • Aftrekbaar: onderhoudskosten, periodieke kosten en rente
  • Verbeteringskosten: verrekenen bij verkoop met de winst


2. Niet verhuurd

Gebruik je het pand niet voor verhuur? Dan geldt een vastgoedbijtelling. Die bedraagt in het voorstel 3,35 procent van de WOZ-waarde.

  • Belast: 3,35 procent van de WOZ-waarde
  • Aftrekbaar: onderhoud en periodieke kosten
  • Verbeteringskosten: verrekenen bij verkoop


3. Gemengd gebruik (minder dan 90 procent verhuurd)

Dan wordt gekeken wat hoger is:

  • de werkelijke huurinkomsten, of
  • de vastgoedbijtelling van 3,35 procent.


Het hoogste bedrag wordt belast.

Let op! Tweede Kamer akkoord met voorstel wet werkelijk rendement, nu bij Eerste Kamer in behandeling, maar er volgen nog aanpassingen

Het wetsvoorstel is op 12 februari 2026 aangenomen door de Tweede Kamer en ligt nu bij de Eerste Kamer voor verdere behandeling. Let op: minister Heinen van Financiën gaat verbeteringen aanbrengen in het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3, na de vele kritieke geluiden uit de praktijk. Een van die verbeteringen kan de invoering van een achterwaartse verliesverrekening zijn. De Tweede Kamer heeft hier ook om gevraagd. Op Prinsjesdag 2026 wordt duidelijk wat het kabinet aan mogelijke aanpassingen wil doorvoeren voor de nieuwe box 3-wetgeving. Ook de vastgoedbijtelling is nog niet definitief.

Huidige systeem werkelijk rendement nu: hoe zit het (tijdelijk) in elkaar?

Het huidige box 3-stelsel is eigenlijk een tussenfase. Onder het huidige overgangsregime heb je de keuze tussen forfaitair rendement hanteren of werkelijk rendement aangeven kan de uitkomst sterk verschillen:

  • In het forfaitaire systeem betaal je mogelijk aanzienlijk minder.
  • Bij het werkelijk rendement zijn kosten niet aftrekbaar en in tegenstelling tot bij de de forfaitaire berekening geldt er géén heffingsvrij vermogen bij het werkelijke rendement. De Belastingdienst kijkt dan dus naar het rendement op je totale box 3-vermogen, zonder vrijstelling voor een eerste deel van dat vermogen.


Voor vastgoedbeleggers in box 3 wordt het dus belangrijk om vooruit te rekenen: wat betekent aanhouden of verkopen voor je cashflow?

Wat is ‘werkelijk rendement’ in box 3?

Werkelijk rendement betekent: wat je écht hebt verdiend met je vermogen in een jaar.

Dat bestaat uit:

Direct rendement

Bijvoorbeeld rente, dividend of huurinkomsten

Indirect rendement

Waardestijging van beleggingen of vastgoed (ook als je nog niet verkoopt)

Belangrijk verschil met het toekomstige stelsel: Nu telt ook ongerealiseerde waardestijging mee. Straks (bij vastgoed) pas bij verkoop.

Wanneer geldt het werkelijk rendement?

Je komt in de tussenfase in aanmerking voor heffing op basis van werkelijk rendement als:

  • jouw werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement, en
  • je dit aannemelijk kunt maken.


Je moet dit zelf onderbouwen. De Belastingdienst corrigeert dit niet automatisch voor je. In de aangifte wordt wel het voordeligste alternatief automatisch meegenomen.

Wat telt wel en niet mee?

Dit is cruciaal, zeker voor vastgoed.

Wél meegenomen

  • Ontvangen huur of rente
  • Waardestijging van vastgoed of beleggingen
  • Dividend


Níet aftrekbaar (belangrijk verschil!)

  • Onderhoudskosten
  • Beheerkosten
  • Financieringskosten (zoals rente)


Dat maakt het huidige ‘werkelijke rendement’ in de praktijk vaak minder gunstig dan het klinkt.

Rekenvoorbeeld huidig systeem (forfaitair of werkelijk rendement)

Forfaitair rendement

In het huidige box 3-stelsel rekent de Belastingdienst met een forfaitair rendement voor beleggingen, bijvoorbeeld 6 procent en een heffingsvrij vermogen van € 60.000.

  • Vermogen: € 400.000 – € 60.000
  • Forfaitair rendement (6 procent): € 20.400


Belasting (36 procent): € 20.400 × 36 procent = € 7.344 belasting

Werkelijk rendement

  • Pandwaarde begin jaar: € 1.000.000
  • Waardestijging: 5 procent → € 50.000
  • Huur: € 80.000
  • Kosten (onderhoud): € 40.000
  • Geen heffingsvrij vermogen


Berekening huidige regels

Huur: € 80.000 + waardestijging: € 50.000 = Totaal rendement: € 130.000

Kosten zijn niet aftrekbaar, dus blijven buiten beschouwing.

Belasting (36 procent over € 130.000): € 46.800

Rekenvoorbeeld: (vanaf 2028)

Stel dat je een verhuurde woning van € 400.000 hebt in box 3. De woning levert € 18.000 aan werkelijke inkomsten huur per jaar op. Onderhoud en andere kosten bedragen € 5.000.

Werkelijk rendement: € 18.000 – € 5.000 = € 13.000, heffingsvrij resultaat € 1.800

Werkelijk rendement vanaf 2028

In het nieuwe box 3-stelsel wordt het werkelijk rendement belast.

Werkelijk rendement: € 13.000 – 1.800

Belasting (36 procent): € 11.200 × 36 procent = € 4.032 belasting

Belastingwijzigingen 2026 Whitepaper - Mockup De Zaak

Whitepaper Belastingwijzigingen

Belastingwijzigingen 2026: we geven een overzicht van de belangrijkste fiscale wijzigingen voor ondernemers.

Wat kun je nú doen?

Heb je vastgoed in box 3, dan is het verstandig om:

  • je financieringsstructuur opnieuw te bekijken
  • investeringen in onderhoud en verbetering goed te administreren
  • scenario’s door te rekenen voor verkoop in of na 2028
  • na te denken over overheveling naar box 2 (bijvoorbeeld via een bv) als dat fiscaal aantrekkelijk is


Voor ondernemers die vermogen opbouwen via vastgoed naast hun onderneming – kan dit stelsel grote impact hebben op rendement en liquiditeit.

Belangrijk:
Voor vastgoed kan het nieuwe systeem gunstiger zijn als het werkelijke rendement lager ligt dan de forfaitaire heffing. Maar als de woning sterk in waarde stijgt, kan de belasting juist oplopen doordat ook waardestijgingen worden meegenomen in het rendement.

Conclusie

Vanaf 2028 verschuift de focus bij vastgoed in box 3 naar belasting bij verkoop en wordt waardeontwikkeling belast. Dat geeft meer lucht bij waardestijging, maar maakt timing en administratie cruciaal.

Wil je weten wat dit voor jouw situatie betekent? Leg je cijfers naast het nieuwe voorstel en voorkom verrassingen achteraf. Zo houd je je zaak op orde – ook fiscaal.

Of je nu (deels) verhuurt of het pand leegstaat: het type gebruik bepaalt straks de belastingheffing. Bekijk hier de gevolgen per situatie.

Foto van Laura Wennekes

Laura Wennekes

Als hoofdredacteur bij De Zaak combineer ik mijn jarenlange ervaring bij dit platform met mijn passie voor schrijven, optimaliseren en checken van artikelen. Hiermee werk ik voor jou aan betrouwbare, up-to-date informatie die je nodig hebt als ondernemer en niet mag missen!
Lees ook…
Ben je te laat geweest met je btw-aangifte of -betaling? Dan ligt er ineens zo’n blauwe envelop op de mat: een naheffingsaanslag van de…
Bepaalde kosten vergoeden voor personeel kun je als werkgever op twee manieren doen: via declareren of met een vaste kostenvergoeding. Die laatste…
Ben jij ondernemer met minder dan € 20.000 aan omzet per jaar en wil je minder tijd kwijt zijn aan je btw-administratie? Dan is de…
Erfbelasting kan een flinke financiële impact hebben als je vermogen wilt doorgeven aan je dierbaren. Maar wist je dat er slimme manieren zijn om dit…
Als ondernemer ontkom je er niet aan: de jaarlijkse inkomstenbelasting. Maar hoeveel betaal je? En hoe werkt het precies met de verschillende boxen en…
De Belastingdienst controleert regelmatig zakelijke administraties. Toch is de kans op een belastingcontrole volgens hun eigen cijfers klein, met 0,4…